Zvw Regeling zorgverzekering Hulpmiddelenzorg

Regeling/Besluit Regeling zorgverzekering
 
Referentie Staatsblad; 11 september 2009
 
Laatste versie 1 januari 2010
 
Beschrijving

In de Regeling Zorgverzekering is bij Ministerieel besluit vastgelegd welke hulpmiddelen binnen de aanspraak van de hulpmiddelenzorg binnen het Basispakket van de Zorgverzekeringswet vallen. 

Deregulering per 1 januari 2002
In 2002 ging de deregulering hulpmiddelenzorg in. Zorgverzekeraars kregen de regierol over de hulpmiddelenzorg. Ook waren een aantal formele (administratieve) voorwaarden niet langer van toepassing, zoals de schriftelijke toelichting van de behandelend arts (machtiging) en de bepalingen van gebruiksnormen en termijnen voor verstrekkingen. 

Zorgverzekeringswet per 1 januari 2006
In de Zorgverzekeringswet is bepaald op welke zorg de verzekerde recht heeft, zonder daarbij aan te geven wie de desbetreffende zorg moet verlenen (een functiegerichte omschrijving van de rechten en aanspraken in plaats van een voorzieningengerichte omschrijving). Stap voor stap worden de voorzieningen zoals opgenomen in de oude regeling (van aanbodgericht naar vraaggericht) functiegericht geformuleerd en voorzien van een globalere omschrijving met als aangrijpingspunt de te corrigeren aandoening/handicap. Zie ook de brief van de Minister van VWS aan de Tweede Kamer van 16 april 2008, waarin deze aangeeft in de huidige regeerperiode alle aanspraken functiegericht te formuleren.
In de toelichting bij de Regeling Zorgverzekeringen is aangegeven dat: "om te komen tot een transparante invulling is het aan de Zorgverzekeraars om de uiteindelijk te verstrekken hulpmiddelenzorg het eindresultaat te laten zijn van een geprotocolleerde vertaling van een diagnose en indicatie in concrete voorzieningen". In deze protocollen zal worden aangeduid welke expertise benodigd is en wat de weg is van probleem naar oplossing.

Een verzekerde heeft op grond van de hulpmiddelenzorg in de Zorgverzekeringswet recht op een ten alle tijde functionerende adequate oplossing voor zijn probleem.

Verdere informatie over het beleid met betrekking tot de hulpmiddelenzorg is te vinden op Gezondheidszorg na 2006 en op ww.cvz.nl.
 

Doelgroep Basisverzekering voor alle Nederlandse ingezetenen.
 
Inhoud verstrekking De aanspraak op hulpmiddelen en verbandmiddelen omvat de verschaffing op basis van zorginhoudelijke criteria (artikel 14 van de Zorgverzekeringswet) van een functionerend hulpmiddel of verbandmiddel(art 2.9 van Besluit zorgverzekering) met inbegrip van gebruikerstraining:
 
Verstrekkingsvorm In de individuele polis is vastgelegd of middelen in eigendom dan wel in bruikleen worden verstrekt. Een hulpmiddel in bruikleen wordt aangeschaft bij een leverancier waarmee de zorgverzekeraar een leverovereenkomst heeft. Bruikleen heeft het voordeel dat de zorgverzekeraar een hulpmiddel kan terugvorderen indien een verzekerde er geen gebruik (meer) van maakt. 
De verschaffing in bruikleen omvat tevens de vergoeding van de kosten van vervoer van het middel naar en van de woning van de verzekerde, van het regelmatig onderhoud ervan, alsmede de voor het gebruik, ontsmetting en reiniging van de apparatuur benodigde chemicaliën (artikel 2.7). 

Vanaf 1 mei 2005 is hulpmiddelenzorg in natura of als restitutie mogelijk, afhankelijk van wat in de individuele polis tussen verzekerde en verzekeraar daarover is vastgelegd. 
Zie hiervoor verstrekking van hulpmiddelen uit zorgverzekeringswet in natura of vergoeding van de kosten (restitutie) en Experiment PGB Hulpmiddelen voor visueel gehandicapten.
 
Eigen bijdrage Bij ministeriele regeling kan bepaald worden dat de verzekerde voor een hulpmiddel een eigen bijdrage betaalt ter grootte van:
 
  • het verschil tussen de aanschaffingskosten en het bij dat hulpmiddel vermelde bedrag; dat kan verschillen naar de groep van verzekerden, waartoe de verzekerde behoort, zoals de leeftijd; met leeftijd wordt dan bedoeld de leeftijd van verzekerde op het moment waarop hij zich wendt tot de aanbieder van het hulpmiddel (artikel 2.7)
  • een daarbij vermeld bedrag wegens besparing van kosten.

Indien een dergelijke eigen bijdrage vanwege deze ministeriele regeling aan de orde is, staat deze vermeldt bij de informatie over de afzonderlijke verstrekkingen.
 
Het hulpmiddel moet gebruiksklaar verstrekt worden, dus het moet werken en de verzekerde moet weten hoe hij er mee moet omgaan, inclusief eerste batterijen, oplaadapparatuur, training en instructie. 
  

Criteria De zorgverzekeraar heeft een zorgplicht en de verzekerde heeft recht op de prestaties, bestaande uit:
 
  • de zorg of overige prestaties waaraan hij behoefte heeft, of
  • vergoeding van de kosten van deze zorg of overige diensten alsmede , desgevraagd, activiteiten gericht op het verkrijgen van deze zorg of diensten.

De inhoud en omvang van de hulpmiddelenzorg wordt bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en - bij ontbreken van een zodanige maatstaf - door hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en dienstverlening.

De verzekerde heeft op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.

Een hulpmiddel - verstrekt in het kader van de verzekerde hulpmiddelenzorg - moet goed functioneren en bij de beperking van de verzekerde passen (dus adequaat zijn). Hulpmiddelen moeten individueel gericht en voor langdurig gebruik noodzakelijk zijn. 
   

Procedure In lijn met het streven om ook in de zorgsector de administratieve lasten terug te dringen, is met ingang van 1 januari 2002 niet langer sprake van een centraal geregelde toestemmingsverplichting. Verzekeraars kunnen in hun reglementen aangeven waanneer voorafgaande toestemming en een toelichting van een arts dan wel specialist doelmatig en gewenst is. 
Dit geldt voor het tot gelding brengen van de aanspraak op de verschaffing in eigendom of bruikleen, wijziging of herstel van het in eigendom of in bruikleen verstrekte hulpmiddel. 
Kijk dus goed naar wat hierover in de polis vermeld staat.
 
Initiator Verzekerde, daartoe eventueel gesteund door (hulpmiddelen)zorgverlener. 
 
Onderhoud en reparatie Mocht een hulpmiddel niet meer goed of onvoldoende functioneren, dan is er geen sprake meer van een adequaat functionerend hulpmiddel en dient dit hulpmiddel in voorkomende gevallen hersteld of vervangen te worden. Ook kan een reservehulpmiddel aangewezen zijn.
De keuze tot vervanging dan wel reparatie van een hulpmiddel is afhankelijk van de doelmatigheidsafweging van de zorgverzekeraar. In sommige gevallen zal het voordeliger zijn een hulpmiddel te laten repareren, in andere gevallen juist weer niet. 

De kosten van normaal gebruik van hulpmiddelen komen, tenzij bij de afzonderlijke vertsrekkingen anders vermeld, voor rekening van de verzekerde. Onder kosten van normaal gebruik wordt onder meer verstaan de kosten van energiegebruik, batterijen, oplaadapparatuur en kleine onderdelen die moeten worden vervangen om het hulpmiddel in goede staat te houden. Reparatiekosten zijn over het algemeen voor rekening van de verzekeraar.
 

Vervanging Toestemming voor vervanging van een eerder verstrekt hulpmiddel, wordt verleend indien de verzekerde niet beschikt over een functionerend hulpmiddel en vervangen doelmatig is ter beoordeling van de zorgverzekeraar ten opzichte van repareren of wijzigen. 

In de individuele zorgpolis kunnen aanvullende voorwaarden opgenomen zijn vanuit doelmatigheidsoverwegingen om tot vervanging over te gaan.  
 
Bij vervanging in relatie tot overgang van verzekering bestaat een apart protocol van ZN Overgang hulpmiddelen bij wisselen van verzekeraar.
 

Verwijsadres http://www.cvz.nl/