AWBZ Outillage- en inrichting Verpleeginrichtingen, verzorgingshuizen en lichamelijk gehandicapteninstellingen
| Regeling/Besluit | Regeling opneming en verblijf in een AWBZ-erkende verpleeginrichting Regeling AWBZ verzorgingshuizen Regeling lichamelijk gehandicapteninstellingen |
| Referentie | Staatsblad; januari 2000; nr. 447 Staatsblad; januari 2001; nr. 245 AMvB Besluit Zorgaanspraken van 13 mei 2003 |
| Beschrijving | De regelingen hebben betrekking op
Voor enkele verpleeginstellingen (Nieuw Unicum, Amstelrade en het Dorp) gelden eigen en aparte regelingen: Informatie daarover kan direct bij die instellingen gevraagd worden.
Deze beschrijving is niet van toepassing op
Op 1 april 2003 is door artikel 13 van de Regeling zorgaanspraken AWBZ de Regeling sociaal vervoer AWBZ-instellingen aangepast. Sinds die datum luiden de artikelen 1 en 2 van de Regeling sociaal vervoer AWBZ-instellingen: |
| Inhoud verstrekking | Inrichtings- en outillage hulpmiddelen, gebruiks- en verbruiksmiddelen ten behoeve van de zorg en verpleging worden betaald uit het algemene budget waarover de instelling krachtens de AWBZ beschikt. Verpleeginrichtingen beschikken in het algemeen over een uitgebreider pakket aan hulpmiddelen voor de individuele verzorging dan het geval is voor verzorgingshuizen. Betreffende de hoogte van het budget beschikbaar voor instellings- en outillagehulpmiddelen, worden afspraken op maat gemaakt tussen de zorgverzekeraars en elk van de aanbieders van zorg op basis van een landelijk protocol en de voor de regio beschikbare middelen. De Regeling Hulpmiddelen is hiervoor dus niet van toepassing, doch kan wel als vertrekpunt gelden voor het protocol. Ten behoeve van individuele hulpmiddelen (rolstoel, prothese, schoenen, etc.) worden aparte afspraken gemaakt tussen de Zorgverzekeraar en de instelling (zgn. protocollen) als het gaat om instellingen voor gehandicaptenzorg. Medische en paramedische zorg, genees- en hulpmiddelen voor bewoners van verzorgingshuizen vallen onder de aanspraken op verzorgingshuiszorg. Besloten is echter deze drie activiteiten nog niet per 1 januari 2001 deel te laten uitmaken van de aanspraak in het kader van de AWBZ. Mogelijk gaat dat op een later tijdstip wel gebeuren. Dat betekent dat instellings- en outillagehulpmiddelen (zoals toiletstoelen en patiëntentilliften) ten behoeve van de zorg en verpleging worden betaald uit het algemene budget waarover de instelling krachtens de AWBZ beschikt. Gaat het om individuele medische hulpmiddelen, dan is de Regeling zorgverzekering. De Wvg is van toepassing als het gaat om rolstoelen en vervoersvoorzieningen voor sociaal en recreatief vervoer. Eenvoudige aanpassingen in de kamer (verhoogd toilet, handgrepen, etc.) worden door de instelling uitgevoerd en betaald uit het eigen budget. |
| Verstrekkingsvorm | Vele vormen van verstrekking zijn mogelijk, zoals in eigendom van of bruikleen aan de instelling of in eigendom of bruikleen van de bewoner/verzekerde, afhankelijk van het onderwerp en de zorgverzekeraar |
| Eigen bijdrage | Geen afzonderlijke eigen bijdrage voor hulpmiddelen. Van toepassing is een integrale regeling eigen bijdrage voor bewoners van AWBZ-instellingen |
| Criteria | Wonen in een AWBZ-erkende instelling |
| Procedure | De instelling maakt jaarlijks afspraken over het budget en de besteding op hoofdlijnen. De leiding van de instelling besluit over besteding van het beschikbare budget voor individuen. Uitzondering daarop zijn de kosten van strikt individuele medische hulpmiddelen. |
| Initiator | Bewoner, familie of verzorger |
