AWBZ Outillage- en inrichting Verpleeginrichtingen, verzorgingshuizen en lichamelijk gehandicapteninstellingen

Regeling/Besluit Regeling opneming en verblijf in een AWBZ-erkende verpleeginrichting
Regeling AWBZ verzorgingshuizen
Regeling lichamelijk gehandicapteninstellingen
 
Referentie Staatsblad; januari 2000; nr. 447
Staatsblad; januari 2001; nr. 245
AMvB Besluit Zorgaanspraken van 13 mei 2003
 
Beschrijving De regelingen hebben betrekking op 
  • de kosten verbonden aan de opneming en het verblijf in een AWBZ-erkende verpleeginrichting
  • de kosten van algemene (zgn. instellings- en outillagekosten) voor verpleeg-, zorginstellingen en lichamelijk gehandicapteninstellingen
  • de kosten van individuele medische hulpmiddelen voor bewoners van verpleeghuizen en lichamelijk gehandicapteninstellingen 

Voor enkele verpleeginstellingen (Nieuw Unicum, Amstelrade en het Dorp) gelden eigen en aparte regelingen: Informatie daarover kan direct bij die instellingen gevraagd worden. 
 
De beschrijving heeft betrekking op de kosten verbonden aan de opneming en het verblijf in een AWBZ-erkende lichamelijk gehandicapteninstellingen.
 
Verzorgingshuizen zijn instellingen waar of van waaruit op grond van de AWBZ bekostigde verzorging, niet-complexe verpleging of begeleiding in verband met lichamelijke, psychogeriatrische of psychologische problemen als gevolg van ouderdom worden geboden, al dan niet gepaard gaande met verblijf gedurende het etmaal of een deel daarvan. 
Vanaf 2001valt de financiering van verzorgingshuizen zoals bv. de vroegere bejaardenoorden onder de AWBZ. 

Het verzorgingshuis biedt 24-uurszorg aan intensieve zorgbehoevende ouderen. Die zorgverlening kan zowel binnen de muren van de eigen instelling worden aangeboden als aan thuiswonende ouderen.
Onder de zorg aan daarvoor geïndiceerde ouderen die niet in het verzorgingshuis verblijven, valt onder andere dag- en nachtverzorging, kortdurende opname en zorgverlening bij ouderen thuis. Onder de noemer verzorgingsthuiszorg vallen tal van activiteiten:

  • hulpverlening bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL-hulp)
  • hulp bij huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen (HDL-hulp)
  • begeleiding, verzorging en niet-complexe verpleging indien tevens enige verzorging is aangewezen
  • bescherming
  • maaltijdverstrekking en recreatie. 

Deze beschrijving is niet van toepassing op  

  • gezinsvervangend tehuis voor gehandicapten (GVT)
  • dagverblijf voor gehandicapten
  • instelling voor verstandelijk gehandicapten (IVG)
  • zwakzinnigeninrichting 

Op 1 april 2003 is door artikel 13 van de Regeling zorgaanspraken AWBZ de Regeling sociaal vervoer AWBZ-instellingen aangepast. Sinds die datum luiden de artikelen 1 en 2 van de Regeling sociaal vervoer AWBZ-instellingen:
“1.Het gemeentebestuur draagt zorg voor de verlening van vervoersvoorzieningen aan gehandicapten die verblijven in een instelling die ingevolge artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is toegelaten.
2.Het gemeentebestuur draagt zorg voor de verlening van rolstoelen aan verzekerden (gehandicapten) die verblijven in een instelling als bedoeld in het eerste lid, en die geen recht hebben op verstrekking van een rolstoel ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.”
Over de implicatie van deze aanpassingen van de Regeling Zorgaanspraken AWBZ, is een aparte verbindende tekst opgenomen: Verstrekking van voorzieningen voor mensen die in een AWBZ artikel 8-instelling wonen
 

Inhoud verstrekking Inrichtings- en outillage hulpmiddelen, gebruiks- en verbruiksmiddelen ten behoeve van de zorg en verpleging worden betaald uit het algemene budget waarover de instelling krachtens de AWBZ beschikt. Verpleeginrichtingen beschikken in het algemeen over een uitgebreider pakket aan hulpmiddelen voor de individuele verzorging dan het geval is voor verzorgingshuizen. Betreffende de hoogte van het budget beschikbaar voor instellings- en outillagehulpmiddelen, worden afspraken op maat gemaakt tussen de zorgverzekeraars en elk van de aanbieders van zorg op basis van een landelijk protocol en de voor de regio beschikbare middelen. De Regeling Hulpmiddelen is hiervoor dus niet van toepassing, doch kan wel als vertrekpunt gelden voor het protocol.

Ten behoeve van individuele hulpmiddelen (rolstoel, prothese, schoenen, etc.) worden aparte afspraken gemaakt tussen de Zorgverzekeraar en de instelling (zgn. protocollen) als het gaat om instellingen voor gehandicaptenzorg. 
 
Medische en paramedische zorg, genees- en hulpmiddelen voor bewoners van verzorgingshuizen vallen onder de aanspraken op verzorgingshuiszorg. Besloten is echter deze drie activiteiten nog niet per 1 januari 2001 deel te laten uitmaken van de aanspraak in het kader van de AWBZ. Mogelijk gaat dat op een later tijdstip wel gebeuren.
Dat betekent dat instellings- en outillagehulpmiddelen (zoals  toiletstoelen en patiëntentilliften) ten behoeve van de zorg en verpleging worden betaald uit het algemene budget waarover de instelling krachtens de AWBZ beschikt.
Gaat het om individuele medische hulpmiddelen, dan is de Regeling zorgverzekering.
 
De Wvg is van toepassing als het gaat om rolstoelen en vervoersvoorzieningen voor sociaal en recreatief vervoer. Eenvoudige aanpassingen in de kamer (verhoogd toilet, handgrepen, etc.) worden door de instelling uitgevoerd en betaald uit het eigen budget. 
 
Verstrekkingsvorm Vele vormen van verstrekking zijn mogelijk, zoals in eigendom van of bruikleen aan de  instelling of in eigendom of bruikleen van de bewoner/verzekerde, afhankelijk van het onderwerp en de zorgverzekeraar 
 
Eigen bijdrage Geen afzonderlijke eigen bijdrage voor hulpmiddelen. Van toepassing is een integrale regeling eigen bijdrage voor bewoners van AWBZ-instellingen
 
Criteria Wonen in een AWBZ-erkende instelling
 
Procedure De instelling maakt jaarlijks afspraken over het budget en de besteding op hoofdlijnen. De leiding van de instelling besluit over besteding van het beschikbare budget voor individuen. Uitzondering daarop zijn de kosten van strikt individuele medische hulpmiddelen.
 
Initiator Bewoner, familie of verzorger