Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning

Volledige Naam Wet maatschappelijke ondersteuning 
 
Regeling/Besluit Gemeentelijke verordening voorzieningen gehandicapten Wmo
Regeling financiële tegemoetkomingen en eigen bijdrage Wmo
Regeling sociaal vervoer AWBZ-instellingen
Regeling vervoersvoorzieningen Wmo
Besluit rijksvergoeding Wmo-voorzieningen
 
Laatste versie 1 juni 2011
 
Beschrijving De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt dat mensen met een beperking de voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Het kan gaan om ouderen, gehandicapten of mensen met psychische problemen. De Wmo zorgt ervoor dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zelfstandig kan blijven wonen. Gemeenten voeren de Wmo uit en iedere gemeente legt andere accenten.

De gemeente heeft in het kader van de Wmo een compensatieplicht voor het treffen van (individuele) voorzieningen. De compensatieplicht is een algemene verplichting aan het college van B&W om personen met een aantoonbare beperking op grond van ziekte of gebrek, door het treffen van voorzieningen, een zodanige uitgangspositie te verschaffen dat zij in aanvaardbare mate in staat zijn tot maatschappelijke participatie.

Beperkingen zijn moeiljikheden die een persoon heeft in het uitvoeren van activiteiten bij deelname aan het normale maatschappelijke verkeer. 

De Wet maatschappelijke ondersteuning Wmo is een raamwet. Dat betekent dat de gemeente binnen deze wettelijke grenzen een eigen zelfstandige beleidsvrijheid heeft en zelf bepaalt hoe zij de voorzieningen organiseert. Daarbij moet de gemeente rekening houden met de wettelijke bepalingen vanuit aanpalende wetten, zoals de AWBZ, de Zorgverzekeringswet, de WIA (ex-REA), etc. De gemeenten mag verder gaan dan de wet Wmo als minimum vereist. 

De wet Wmo verplicht het verstrekken van de volgende voorzieningen:

Kanteling van de Wmo
De CG-Raad, CSO en VCP willen de uitvoering van de Wmo zo 'kantelen' dat participatie van mensen met beperkingen en ouderen centraal komt te staan. Dat vraagt om een nieuwe manier van denken: vanuit de hele persoon, vanuit oplossingen en niet vanuit bestaande voorzieningen. Beoogd resultaat: een nieuwe modelverordening waarin de compensatieplicht goed is uitgewerkt, op een manier die recht doet aan de geest en letter van de wet.

De CG-Raad, VCP en CSO en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werken daartoe in twee kantelingsprojecten samen. Het project van de VNG moet leiden tot een kanteling in denken en doen bij gemeenten. Het project van de belangenorganisaties richt zich op de lokale cliënten- en ouderenorganisaties, zodat zij goed voorbereid zijn op de nieuwe werkwijze van de gemeenten.
Klik hier voor meer informatie over de kanteling. 

Steeds vaker gaat de gemeente nu uit van een beter op de Wmo-compensatieplicht toegesneden werkwijze. De VNG heeft ijn het kader van de zogenaamde kanteling, deels in overleg met de CG-Raad, een nieuwe Verordening Maatschappelijke Ondersteuning opgesteld. Deze vervangt in steeds meer gemeenten de oude, nog teveel op de Wvg gestoelde Verordening.
Kern daarvan vormt "Het Gesprek (aan de keukentafel)". Een informele ontmoeting met Wmo bij de aanvrager thuis, waarin beide partijen overleggen over de knelpunten en mogelijke oplossingen. Daarbij wordt gekeken naar zowel de gemeentelijke compensatieplicht, als naar de mogelijkheden van de aanvrager zelf. Waar deze uitgeput raken, dient de Wmo te compenseren.
In sommige gemeenten vervangt dit gesprek de formele aanvraagprocedure, in andere gaat het aan de feitelijke aanvraag voor een concrete voorziening (bv. een woningaanpassing) vooraf. In alle gevallen zijn de uitkomsten van Het Gesprek cruciaal voor het verdere verloop. De aanvrager kan zich dan ook het best door een deskundig vertrouwenspersoon laten vergezellen. 
    

Doelgroep Inwoners met beperkingen; d.w.z. die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische, psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervinden bij het uitvoeren van activiteiten bij deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning, bij het verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden.

Voor bewoners van AWBZ-gefinancierde instellingen geldt dat vervoersvoorszieningen voor deelname aan het sociale verkeer ook onder de Wmo-vallen. Ook kan bij AWBZ-verpleging één woning bezoekbaar gemaakt worden met een beroep op de Wmo.
 
Criteria Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de kosten of verstrekking van een voorziening, gelden de volgende criteria:
  • een voorziening moet naar objectieve maatstaven gemeten als de goedkoopste adequate voorziening worden aangemerkt
  • een voorziening moet voor een langere periode van toepassing zijn 
  • een voorziening wordt alleen verstrekt als er een medische noodzaak voor is. Er moeten objectiveerbare stoornissen zijn
  • een voorziening moet niet algemeen gebruikelijk zijn. Onder algemeen gebruikelijk worden voorzieningen verstaan waar een persoon zonder handicap ook gebruik van maakt. De definitie van het begrip "algemeen gebruikelijk" ligt niet vast en wordt nogal eens in het nadeel van de aanvrager uitgelegd. Een thermostaatkraan wordt bijvoorbeeld als "algemeen gebruikelijk" beschouwd en niet verstrekt, omdat deze "gewoon" De kosten voor aanpassingen, die uitsluitend of voornamelijk door mensen met een handicap worden gebruikt, zijn niet algemeen gebruikelijk en in principe subsidiabel. De WMO-Modelverordening heeft het over "voorzieningen, waarover de aanvrager, gezien zijn individuele situatie, ook zonder zijn handicap of beperking, zou kunnen beschikken en:
    • die in de reguliere handel verkrijgbaar zijn;
    • die niet speciaal voor gehandicapten bedoeld zijn;
    • die niet aanzienlijk duurder zijn dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel."

Tevens kan het inkomen een rol spelen bij verstrekking van voorzieningen. Er kan sprake zijn van een eigen bijdrage of het niet toekennen van voorzieningen. Iedere gemeente geeft zijn eigen invulling hieraan.

Een tegemoetkoming (in de kosten) van een voorziening wordt slechts verstrekt nadat de aanvraag tot deze voorziening is gedaan en toekenning heeft plaatsgevonden. Een tegemoetkoming in de kosten wordt nooit verstrekt indien de kosten reeds gemaakt zijn voor de toekenning. 
   

Verstrekkingsvorm In de gemeentelijke verordening is geregeld op welke basis en in welke vorm een voorziening verstrekt wordt. 

Vervoersvoorzieningen worden in natura en rolstoelen en roerende woonvoorzieningen worden meestal in bruikleen verstrekt door de gemeente of door een leverancier waarmee de gemeente een contract heeft. Dat wil onder andere zeggen dat bij overlijden of verhuizing naar een andere gemeente, deze voorzieningen moeten worden ingeleverd bij de gemeente of leverancier. 
 
In de kosten van voorzieningen die aard- en nagelvast zijn en bij woningaanpassingen wordt normaliter een tegemoetkoming in de kosten verstrekt aan de eigenaar van het gebouw. Bij overlijden of verhuizen hoeven deze voorzieningen niet ingeleverd te worden. Ook hier spelen echter soms afspraken tussen gemeente en leverancier, waarbij sprake is van bruikleenverstrekking van de leverancier (bv. bij trapliften). 
 
In het gebruikmaken van (collectief) vervoer kan tegemoet gekomen worden door een tegemoetkoming in de kosten van dit vervoer. In veel gemeentes wordt het CVV (Collectief Vraagafhankelijk Vervoerssysteem) als primaat gehanteerd, dus geen geldelijke vergoeding.  

Er kan in uitzonderlijke gevallen afgeweken worden van de gemeentelijke verordening. Men spreekt dan van de hardheidsclausule. 

Persoonsgebonden budget.
Naast de mogelijkheid van een voorziening "in natura", zoals onder de WVG gebruikelijk was, is een gemeente onder de WMO verplicht u de mogelijkheid van een persoonsgebonden budget (PGB) aan te bieden. Dat is een geldbedrag, te besteden aan een voorziening naar eigen keus (mits voldoend aan de gestelde indicatie-eisen). Ter waarde van het bedrag, verminderd met eventuele eigen bijdragen of kostenaandelen, dat zou zijn gemoeid met het realiseren van de door de gemeente vastgestelde, goedkoopst adequate voorziening. U kunt in beroep gaan wanneer het toegekende bedrag hiervoor ontoereikend is.
Onder de mogelijkheid van een PGB vallen ook de grote woningaanpassingen, behalve wanneer het een huurwoning betreft. Dan ligt de zeggenschap over de woning immers bij de eigenaar en niet bij de aanvrager. U heeft met dit PGB de wettelijke mogelijkheid gekregen om, door middel van een aanvullende financiering, uw eigen woonwensen te realiseren. 
   

Beroep Een aanvrager kan bezwaar aantekenen tegen een beschikking (besluit) van Burgemeester en Wethouders door zich te beroepen op de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). In de beschikking wordt dit aangegeven.
 
Verwijsadres: www.vng.nl